Wonen

Deze week zijn we begonnen met ons nieuwe thema Wonen. Een thema dat dicht ligt bij de belevingswereld van mijn TOS leerlingen. Ik heb (te) grote verwachtingen over de woorden die ze al kennen.

  • In welke kamer slaap je? In mijn kamer. Slaapkamer is een onbekend woord.
  • Wat is dit? Een douche (een plaatje met een bad met een douche erboven). Logisch, je gaat douchen.
  • Dit is een stoel (plaatje van een bank). Nee, dit is een bank daar kunnen papa en mama allebei op zitten.
  • Dit een bruine bank, is jullie bank ook bruin? De ene dag is de bank bruin, de andere dag blauw.
bank

Welke huis?

Maar ook uitleggen in wat voor soort huis je woont blijkt lastig. Gelukkig is er Google Maps. Hierin hebben we alle adressen van de kinderen opgezocht en gelukkig herkende allemaal hun huis en konden ze vertellen waar hun voordeur was of waar de ingang van de flat was. Vragen van te voren of ze in een flat, een boerderij, een kasteel of een (rijtjes)huis woonde waren nog te moeilijk. Maar nu kunnen wat sturen in de vraagstelling. Volgende week gaan we dit nog een keer doen, maar dan de foto laten zien en kijken wie er reageert!

huis

taalgroepjes

In de taalgroepjes (praten met 3 kinderen in een kring ipv 9) praatte ik met de kinderen over woonkamer met een praatplaat. De dingen op de plaat herkende de meeste kinderen. Toen vroeg ik iets over een tafelkleed. Dit herkenden ze en er kwamen verhalen over eten en tafeldekken. Eén jongen bedacht dat hij eten ging koken en ging aan de slag. Even later kwam hij vertellen dat het eten over een uur klaar was en dat wij nog even tv mochten kijken. Hij ging ook boodschappen doen voor mij, samen met een andere jongen in de auto, om frietjes te halen voor mij. Hoe schattig, mijn dag kon niet meer stuk.

tafel

Volgende week

Nu de kamers zijn benoemd, met een aantal spullen daarin, gaan we volgende week verder met het verhuizen van de spullen, want dat is waar het thema van Schatkist eigenlijk overgaat. De dozen staan klaar net als de verhuiswagen van Duplo. We blijven oefenen met de kamers en de woorden huis en flat, maar nu ook inladen, uitladen, open doen, dicht doen enz. Wordt vervolgd.

verhuizen