Blended Learning, wat is dat ook al weer?

Van een vriend van mij kreeg ik op de mail een pdf met de titel “”Is K-12 Blended Learning Disruptive?” van het Clayton Christensen Institute. Hij had onthouden dat ik ooit stage had gelopen bij X-Webinair.nl en mij hiermee bezig had gehouden. Het artikel dat hij stuurde was niet zo interessant als verwacht, maar het maakte wel dat ik mij weer eens in het onderwerp ging verdiepen.

Blended learning is het mixen van online onderwijs met contactonderwijs (face-to-face, F2F), samen met verschillende didactische aanpakken en mediamiddelen. Deze vorm van onderwijs kan grotendeels thuis plaatsvinden, maar ook in de onderwijsinstelling.

7 vormen

Uit het Amerikaanse artikel kon ik 7 vormen van Blendend Learning determineren. Bij X-Webinair.nl had ik maar over 1 vorm gehoord (Flipped classroom). Ik was nieuwsgierig naar meer. M.b.v. deze 7 vormen probeerden de auteurs een indeling te maken waarbij ze keken of de vorm helemaal vernieuwend was (disruptive) of dat de vorm een uitbreiding was van het bestaande schoolsysteem (hybride). Hiervan hing de mate van succes af en de mogelijkheid tot financiering maar ook de ruimte tot vernieuwing van het totale onderwijssysteem.

Dit artikel was niet helemaal mijn ding maar ik vond het wel interessant om uit te zoeken waarin nu al deze vormen van Blended Learning verschillenden. Ik vond een Youtube filmpje met uitleg over Blended learing waarbij de nadruk lag op het ‘blenden’.  Maar hier werden weer net andere termen gebruikt.

Op de website van Wilfred Rubens werden de 7 vormen van Blended Learning uit het mijn toegestuurde artikel gebruikt en voegde Wilfred er nog 4 aan toe. Gelukkig koppelde hij het Nederlandse onderwijssysteem aan de indeling.

Wat is het verschil?

Ik vind dat een aantal modellen wel heel veel op elkaar lijken. De belangrijkste verschillen zitten in:

  • wordt er klassikaal mee gewerkt of werkt de leerling in zijn eigen tempo of vanuit zijn eigen interesse (individueel)
  • wordt er thuis of op school met ICT gewerkt
  • geeft de docent online of F2F extra uitleg of instructie
  • gebeurt de verwerking van de instructie grotendeels online of in de klas

In het klaslokaal

Zo werkt het Klassikaal ondersteund model met behulp van een digitale leeromgeving op school als aanvulling op de instructie van de docent. Binnen het onderwijsprogramma van de docent is er digitaal oefen- en verwerkingsmateriaal op drie niveaus. Ook wordt de digitale omgeving gebruikt om te werken met andere manieren van instructie (filmpjes, powerpoint, digibord, stemkastjes). Zo wordt er op veel basisscholen gewerkt.

Dit model kan verder worden uitgebouwd door te werken met verschillende groepjes die op verschillende manieren instructie krijgen met andere werkvormen. Bijvoorbeeld het kijken naar een online video met uitleg over het onderwerp, samen werken  aan een werkstuk waarbij informatie over dit onderwerp op internet wordt opgezocht, face to face uitleg van de docent of extra oefenmateriaal over het te behandelen onderwerp. Dit wordt het Station rotatie model genoemd.

Een andere variant op het klassikaal ondersteunend model is het Computerlab-klas rotatie model. De leerlingen werken individueel volgens een rooster aan specifieke taken op de computer bijvoorbeeld rekenen en taal. Dit kan in de klas maar ook in een aparte ruimte. Indien nodig krijgen zij eventueel nog extra uitleg of verdieping van de docent (afhankelijk van de resultaten). De leerlingen kunnen op hun eigen niveau aan de taken werken.

In dit model is gekozen voor specifieke taken die op de computer worden gemaakt. In nog meer computergestuurd onderwijs worden bijna alle vakken met de computer geleerd. Hierdoor kunnen de leerlingen vanuit hun eigen interesse in hun eigen tempo en niveau werken aan een onderwerp. Dit wordt het Individueel rotatie model genoemd. Dit wordt in feite toegepast op iPad scholen, Steve Jobscholen. De docent gebruikt de data van de leerlingen om op basis hiervan begeleiding en ondersteuning op maat aan te bieden. Als blijkt dat meerdere leerlingen een bepaald onderwerp niet begrijpen kan er ook klassikale instructie plaatsvinden. Dit model is in hoge mate flexibel naar niveau en tempo.

Bij deze 4 modellen komt er nog veel initiatief vanuit de docent. De docent bepaalt de manier van instructie of dat er instructie nodig is. De ICT wordt met name op school gebruikt en de mogelijkheden worden steeds flexibeler qua inzet en niveau.

digitaal lerenIn het Flex model studeren de leerlingen met name zelf online op school. Zij kunnen zelf overleggen met mede-leerlingen en kunnen zij op school naar behoefte terugvallen op een docent als zij begeleiding wensen of extra ondersteuning nodig hebben. De vraag voor hulp komt vanuit de leerling. Hij vult zelf zijn leerproces in, zijn antwoorden op zijn leervraag en is hiervoor verantwoordelijk. De ICT wordt met name op school gebruikt en is flexibel qua niveau.

Thuis online leren

Een voordeel van ICT onderwijs is dat je kan inspelen op niveau en tempo van leerlingen, maar ook dat er onderwijs op afstand kan plaats vinden. Niet alle lessen of instructie hoeft op school te gebeuren. In het  A la carte model worden bijvoorbeeld binnen een opleiding een aantal vakken bijna volledig online gevolgd vanwege het grote aantal leerlingen. De docent is online te bereiken voor vragen. Voor de rest van de vakken wordt de school bezocht en kan in veel kleinere groepjes de stof worden aangeboden. Hierbij kan ICT worden gebruikt, maar hoeft niet.

Bij het Flipped classroom model vindt de instructie voornamelijk online plaats. De leerlingen zijn niet op school. Thuis of op school wordt gecheckt of de instructie is bekeken en begrepen. Daarna begint de verwerking F2F op school via oefeningen, opdrachten, discussie en formatieve toetsen. Deze vorm kan goed worden toegepast voor mensen die een nascholings- of bijscholingscursus willen volgen en tegelijkertijd werken. De instructie kan gevolgd worden in eigen tijd. Op 1 avond in de week wordt de stof verwerkt..

Het Verrijkt virtueel model gaat nog een stapje verder. De leerlingen leren voornamelijk online. Ze bestuderen instructies online en maken ook online verwerkingsopdrachten. Eventueel werken ze ook online samen met andere leerlingen, en krijgen zij online begeleiding (groepsgewijs, individueel, asynchroon en synchroon).

F2F leeractiviteiten worden in aanvulling op het online leren verzorgd. Dit in tegenstelling tot het Flipped Classroom model. Het Verrijkte virtuele model wordt bijvoorbeeld toegepast bij de Open Universiteit waar studenten één keer in de zo veel tijd naar een studiecentrum komen voor een meer verdiepende bespreking van literatuur.

Het voordeel van Flipped Classroom en Verrijkt virtueel model is dat de lessen op je eigen tijd kan leren. Dit kan ook een nadeel zijn omdat je wel heel gedisciplineerd moet zijn om dit vol te houden. Om dit te ondervangen kan ook gewerkt worden met een webinar (Webinar model). Hierdoor wordt er voor een groot deel synchroon online geleerd. Daarnaast leren leerlingen ook asynchroon online, en krijgt men online begeleiding (synchroon, asynchroon). In dit model komen de leerlingen ook naar school om leerstof via oefeningen, opdrachten, discussie en formatieve testen te verwerken. Verder kan men op school terecht voor begeleiding door een docent.

Thuis, op school en op je werk

Het 3L model houdt integraal rekening met drie locaties waar geleerd wordt: school, online en de werkplek. Dit is heel handig voor studenten die stage moeten lopen of vanuit de praktijk een vak leren maar ook nog 1 of 2 dagen in de week naar school moeten. Op de werkplek krijgt men instructies (modelling), begeleiding en voert men opdrachten uit die -als het goed is- een relatie hebben met datgene wat men online leert en datgene wat men op school leert. Instructies krijgt men verder vooral online (denk aan kennisclips) en beperkt op school. Op school krijgt men vooral begeleiding, en gaat men actief aan de slag met de leerstof. Verder krijgt men deels online begeleiding (bijvoorbeeld via Skype). Een super mooie aanpak, die wel veel vergt van de communicatie tussen school en het bedrijf. Ook afspraken over leerstof en mogelijkheden om de leerstof toe te passen kan moeilijk zijn. De leerlingen moeten wel de discipline opbrengen om alles te volgen en uit te voeren.

In het Complete blend model, een uitbreiding van het 3L model, hoeven de leerlingen nog minder naar school omdat er gewerkt wordt met virtuele klas-sessies waar op een interactieve manier geleerd wordt. De instructies op school zijn daardoor nog beperkter van omvang.

Blended

Veel modellen met verschillende accenten. Van alles door elkaar ‘geblended’, zoals ik de blog ook begon. Er is veel mogelijk met ICT op school, maar je moet ook goed je doelgroep en degene die het moeten uitvoeren in de gaten houden.

  • Is je doelgroep ICT-vaardig genoeg, kan je doelgroep de motivatie opbrengen om zelf online te gaan studeren en er uit te halen wat er inzit. Of hebben ze meer F2F instructie nodig?
  • Hoe ICT vaardig zijn de docenten? Kunnen ze online lesmateriaal maken, chatten, omgaan met grote niveauverschillen, ….. Welke afspraken kun je maken met stagebedrijven en opleidingsscholen?
  • Is ICT het doel of het middel om goed onderwijs te geven?

ICT in het onderwijs. Het blijft een interessant discussieonderwerp. Evenals het effectiviteit van deze manier van lesgeven. Is het volgen van een webinar effectiever dan F2F discussiëren in de klas. Wordt vervolgd.